Der Rosenkavalier (Voor de laatste keer)
Na de tragedies Elektra en Salome wilde Richard Strauss een vrolijke opera schrijven in de geest van Mozarts Figaro. „Een speelse opera met uitgesproken komische personages en situaties, een kleurrijke en bijna pantomimisch heldere handeling, ruimte voor lyriek, grappen en humor“, schreef Hugo von Hofmannsthal hem, waarbij hij zich niet alleen door de geest van Beaumarchais naar Frankrijk liet leiden: een komedie van Molière en een uiterst pikante bestsellerroman uit de late 18e eeuw leverden de romanist de doorslaggevende inspiratie voor zijn libretto.
Het verhaal dat zich ontvouwt rond het rozenritueel uit de titel begint na een liefdesnacht in de slaapkamer van de veldmaarschalkin, eindigt met allerlei inzichten en waardevolle kennis in het louche voorstedelijke milieu – en filosofeert over vragen van vergankelijkheid. Deze in muziek badende en door melancholie doordrenkte komedie, die in januari 1911 in première ging in een tijd van ingrijpende maatschappelijke omwentelingen, raakt altijd ook het heden: een tijdloos werk over de tijd, dat in de inmiddels legendarische enscenering van Andreas Homoki tot leven komt …