In tegenstelling tot de meeste architecten van het Neue Bauen koos Alker niet voor een strakke rijbebouwing, maar groepeerde hij de meergezinswoningen op slimme wijze als een homogene grote vorm rond een grote gemeenschappelijke binnenplaats. Bijzonder zijn de terugspringende hoeken van het blok, die zorgen voor een goede lichtinval in de binnenruimtes, en de centrale poorttorens, die als visueel scharnierpunt van het blok worden benadrukt. De noordzijde met zijn monumentale glazen gevel vormt de afsluiting van het blok. Hier had Egon Eiermann ooit zijn kantoor.