Een popopera van Johannes Hofmann
Serveerster Marianne is de verloofde van Oskar, die zijn brood verdient als keukenhulp. Er wacht haar een vermoedelijk vreugdeloze toekomst in een geordend leven. Wanneer Marianne vervolgens Alfred ontmoet, een gokker, charmant en zorgeloos, komt het verlangen naar een ander, meer bevredigend en vrij leven naar boven. Ze laat nu alles achter zich, zowel haar verloofde als haar vader. En wordt kort daarna, inmiddels moeder van een klein kind, door Alfred verlaten. Om op de een of andere manier te overleven, gaat Marianne in de rosse buurt werken – waar ze de mannen weer tegenkomt.
Bij Ödön von Horváth zijn geld en liefde onlosmakelijk met elkaar verweven in een zelfingenomen mannenmaatschappij, waarvan de regels de individuen onverbiddelijk disciplineren. Tom Kühnel en Johannes Hofmann sluiten aan bij Horváths talrijke muzikale verwijzingen en zetten het verhaal om in een popopera: alle dialogen, alle teksten worden gezongen.